Op de geboortedag van de profeet

Als ik de uitnodiging van de Westermoskee voor het ochtendgebed op zondagochtend nog een keertje goed bekijk, schrik ik. Kwart over zeven. In de ochtend. De nieuwsgierigheid wint het echter van het ochtendhumeur. Dus als iedereen in huis nog op één oor ligt, sluip ik naar buiten. Het is druk in de buurt. Veel moslims blijken voor dag en dauw te zijn opgestaan. Ook bij de Marokkaanse moskee aan de Witte de Withstraat is het een komen en gaan van gelovigen.

Dat ochtendgebed doen moslims iedere dag, maar vandaag is een heel speciaal geval: het is de geboortedag van de Profeet. Dat leer ik later van Fatma die mij welkom heet en vragen beantwoordt. Ik blijk de enige buurtbewoner te zijn die op de uitnodiging is ingegaan. In ieder geval de enige vrouwelijke niet-moslim buurtbewoner.

Misschien dat er ook mannen waren, maar die kan ik niet zien. Via de vrouweningang kom je namelijk in een aparte ruimte, waarbij je het zicht ontnomen wordt op de rest van de moskee door een kamerscherm. Je kunt, als je omhoog kijkt, wel de indrukwekkende koepel bewonderen. Mijn zorgen over eventuele hoofdbedekking worden weggenomen als ik een kast met stápels sjaaltjes, doekjes en sluiers in het vizier krijg. Kennelijk is het inderdaad de bedoeling dat ik iets op het hoofd draag. Ik kies een zwart glimmend sjaaltje uit dat ik onder mijn kin vastknoop.

Blijkbaar hoef je niet de hele tijd stil te zijn tijdens de preek. Zeker in het begin zitten veel vrouwen nog gemoedelijk te kletsen, terwijl achter het scherm al wel het een en ander gezegd wordt. Vier kleine meisjes vinden het ook moeilijk om tijdens het gebed zelf stil te blijven en blijven giebelen, af en toe vermanend toegefluisterd door moeders of oma’s. Zodra het gebed is afgelopen, gaan ze tikkertje spelen achter het scherm. Een paar jonge meiden pakt de handtas en vertrekt. Blijkbaar hoef je de hele preek niet uit te zitten.

Waar heeft iedereen nou voor gebeden, vraag ik Fatma na afloop. Vanwege de verjaardag van de Profeet bidden de gelovigen voor de mensen in Syrië en Istanbul. En voor degenen in de rest van de wereld die het slecht hebben. “Wij leven hier maar door en we moeten solidair zijn en aan ze denken”, legt Fatma later uit.

Ik stel Fatma nog die ene vraag, die de buurt al een tijdje bezighoudt. Want: gaat die versterkte gebedsoproep nou nog door? Ze weet dat het speelt in de buurt, maar ook dat de moskee het wettelijk zou mogen. Maar ze snapt ook wel dat de huizen zo dichtbij staan, dat wie er woont er niet op zit te wachten. “Ik weet het niet, we zijn ermee bezig. Misschien krijgen we een keer per week, misschien vaker.”