Mijn zoon is een Marokkaan

VVASpartaan E3 kampioen

VVASpartaan E3 kampioen

“Pas op hè, hier zijn wel alleen maar Marokkanen”, zegt het langharige blonde ventje tegen zijn vriendje. Hij heeft een AFC-shirt aan, Splinter staat er achterop. Of misschien wel Fender.
Mijn zoon is een van die Marokkanen. Hij is niet blond maar heet wel Jan. Zijn team kent een blond jongetje, hij heet Jasper. Maar de rest heet inderdaad Yassim, Abdullah of Nowfall. Er zijn er twee die Marwan heten. Gelukkig is een van hen keeper, dus noemen ze hem Keeper.
Achter het aanmelden van Jan bij deze club zat geen diepere gedachte. Ik vond het kiezen van de juiste school al een verschrikking, waarom zo veel moeite doen voor een voetbalclub? Het was de dichtstbijzijnde club. Dan kon hij na verloop van tijd tenminste alleen naar de training.
Toen ik hem voor de eerste keer naar de training bracht, en een blik wierp in het ballenhok, zag ik dat die ook dienst deed als gebedsruimte. En toen mijn man eens een biertje wilde bestellen in de kantine, zat er voor hem niets anders op dan het zelf maar te gaan tappen.
Na het einde van ieder seizoen, inmiddels het derde, denken we weer na over een andere vereniging. Bijvoorbeeld als we vrienden enthousiast horen vertellen over de gezellige derde helften in bij de clubs van hun zoons, wier teamgenootjes Sem, Floris en Thijs heten. Om over de hockeyers onder hen nog maar te zwijgen. Zij brengen hele weekenden door ‘op de club’.
En dan is er toch dat cultuurverschil. Want wij bewuste, hoogopgeleide, linkse Amsterdammers willen namelijk best wel integreren, maar liever niet in onze vrije tijd.
We kwamen er bijvoorbeeld achter dat de coaches het begrip discipline wel heel letterlijk nemen. Wilden wij dat wel voor onze zoon, die toch meer gewend is aan de onderhandelingsopvoeding.
Wij hebben afgelopen jaar wel wat verkeerde film-momenten gehad. Bijvoorbeeld toen de trainer met medeneming van het hele team heetgebakerd het veld afliep omdat de arbitrage hem niet beviel. Of toen een van de vaders de coach tijdens de training te lijf ging omdat deze zijn zoon aan de kant zette.
En dan is er nog de reputatie van de club. Ze zijn ook echt Angstgegner, gaan er vaak echt best hard in.
Toch hebben we besloten toch nog maar weer een jaartje te blijven. Want om eens niet met gelijkgestemden aan de bar hangen, brengt je ook op plekken en gesprekken die je anders misschien nooit zou voeren. Het teamuitje waar ze het nog steeds over hebben was niet die wedstrijd van Ajax, maar het bezoek aan de tentoonstelling over Mekka in Leiden.
En ik zou het bijna vergeten, ze zijn ook nog eens heel erg goed. Dank zij diezelfde trainers, die het Nederlands misschien niet machtig genoeg zijn voor onderhandelingen met tienjarigen, maar wel verstand hebben van voetballen. Vanmorgen werden ze kampioen, en om het te vieren gaan we niet bier drinken met de andere ouders, maar couscous eten in het Sloterpark.
En, ik zou het bijna vergeten dat van al deze overwegingen Jan heeft helemaal geen last heeft. Hij fietst -weliswaar wel met Jasper – zonder ouderlijk toezicht naar voetbal. En zoals zijn trainer zei: “Het eerste team met wie je kampioen wordt, dat vergeet je nooit meer.”