Is schrijven echt het allerleukste?

Hij kwam weer voorbij, afgelopen maandag op een bijeenkomst voor freelance journalisten. “Natuurlijk doen jullie niets liever dan schrijven.” Ik heb de neiging dat in alle toonaarden te beamen. Maar vind ik schrijven echt het aller, allerleukste dat er is?

Ik ben er altijd heel snel klaar mee, en dat is niet omdat ik het zo goed kan. Het vooral om ervan af te zijn en om weer andere dingen te kunnen doen. Facebooken bijvoorbeeld, of kletsen met mijn collega’s. Die mij dat niet altijd in dank afnemen.

Het is een gewetensvraag. Want wat vind ik bijvoorbeeld het leukste aan interviewen? Is het het zoeken en vinden van de perfecte kandidaat, het gesprek dat hét excuus is om van alles te vragen dat je anders nooit zou vragen, of is het het schrijfproces? Ik kan niet kiezen.

Het verzamelen van nieuws voor een rubriekje is vaak zelfs ook nog veel leuker dan het schrijven zelf. Die twee zinnen die ik per nieuwtje produceer zijn natuurlijk pareltjes, maar niemand die het als zodanig opvat. Met het het bedenken van een idee voor een verhaal is het schrijven ook lang niet altijd de grootste lol. Ik kan nog dagen teren op de kick van een gelukte pitch. Dat je het verhaal vervolgens nog moet gaan maken, is – zeker als dat veel tijd kost- bijna een anticlimax.