Hoe kom je ertussen?

Leid je de concurrentie niet op?, vroeg een medetwitteraar laatst toen ik mijn workshop pitchen aankondigde. Ik antwoordde met een welgemeend dat ik de collega’s niet zie als concurrenten en dus iedereen een plekje gun in een krant of tijdschrift. Je kunt wel bang worden van de overvolle freelancersmarkt, maar ik ben ervan overtuigd dat talent vanzelf wel komt bovendrijven.

Misschien heb ik makkelijk praten, omdat ik al twintig jaar freelancer ben. Maar ik weiger te geloven dat je er als beginnende freelancer nooit tussenkomt bij redacties. Ik zie het aan de nieuwe namen die ik tegenkom in de kranten en bladen. En dat chefs en hoofdredacteuren die ik ken toch ook altijd weer op zoek zijn naar nieuwe, verrassende schrijvers en invalshoeken voor verhalen.

Een standaard antwoord bij het afwijzen van pitches is vaak: ‘daar hebben we onze vaste freelancers voor’. Een plausibel antwoord. Want natuurlijk is het voor redacties makkelijk en veilig om terug te grijpen naar de oude, vertrouwde freelancersbestand, van mensen met wie ze prettig werken en met wie zij ook weten dat het goed komt.

Maar soms raak je Рhoe lullig het ook klinkt Р op elkaar uitgekeken. En daar ontstaat dan de ruimte. Natuurlijk weet je nooit wanneer die ruimte er is. Maar het kan zo maar zij dat jouw pitch of idee precies het schot in de roos is. Nu ze er nog van overtuigen dat het ook nog een geweldig verhaal wordt.