Een rafelrandje is niet romantisch

In Trouw moppert journalist Seije Slager dat ‘zijn’ buurt wordt overgenomen door de hipsters. Zijn buurt, dat is De Baarsjes. In het stuk ‘Help de hipsters nemen de buurt over’ beklaagt hij zich erover dat de zijn buurt een monocultuur is geworden, bevolkt met hipsters met baarden en vintage designshoppende twintigsters.

Nee, veel leuker is het volgens hem in De Krommerdt en Het Stoplicht. Daar vind je tenminste nog de echte Amsterdammers. Net als vroeger in Jan Meulstee trouwens, op de hoek van het Mercatorplein. Nu zitten daar ‘goed verdienende scharrelvlees verorberende dertigers’.

Slager vindt dat erg, want met die dertigers stijgen ook de huizenprijzen en dat verjaagt degenen met een lager inkomen de stad uit. Omdat hij zelf ook zo’n dertiger is, mijdt hij -behept met enig schuldgevoel- Albert Heijn en gaat op zaterdag shoppen in de buurtwinkel. En drinkt dus zijn gentrificatie-kater weg bij Café Het Stoplicht. Want daar liggen tenminste nog Perzische kleedjes op tafel.

Dat Seije Slager straks een goede prijs voor zijn huis krijgt en zijn kind naar een leuke, gemengde school kan brengen, dat zijn verworvenheden. Zelfs de Albert Heijn in de Jan Evertsenstraat kun je daaronder scharen.

Dit is namelijk het resultaat van heel hard werken en lobby’en van mensen die zo’n tien-vijftien jaar geleden in de buurt kwamen wonen en erin geloofden. Zoals die buurvrouwen van het Kortenaerplein die het aandurfden om hun kinderen op die ‘zwarte’ school aan de overkant te doen, en niet -zoals velen deden- naar de binnenstad fietsen om hun kind daar naar school te brengen.

Ouders die nu in De Baarsjes wonen, kunnen nu zelfs kiezen uit meerdere scholen en typen onderwijs, zonder dat ze wakker hoeven te liggen over de vraag of ze wel voldoende kunnen integreren. Er is zelfs een school met onderwijs in het Engels vanaf groep 1.

En neem die dappere ondernemers die het aandurfden om in de buurt te gaan zitten, toen je er nog niet dood gevonden wilde worden. Neem kapper Tommy. Ik heb liever een topstylist om de hoek dan eentje waarvoor ik naar de stad moet fietsen. En toen café Radijs opende, nu zo’n zes jaar geleden, was je inderdaad aangewezen op Het Stoplicht en Jan Meulstee. Ik vind het heel prettig om niet stinkend naar de rook uit de kroeg te komen.

En dan die Albert Heijn. Die in de Jan Evertsenstraat is een verworvenheid, dank zij onder meer de inspanningen van Geef om de Jan Eef, dat zich juist door de omstreden jerrycan-feestverlichting op de kaart zette. Dat alles met de tomeloze energie van talloze mensen die zich in hun vrije tijd inzetten voor hun winkelstraat en buurt. En: ik zie liever Things I Like Things I love en een Balkonie dan de zoveelste belwinkel in de straat.

Al deze ondernemers, ouders en buurtactivisten hebben De Baarsjes gemaakt tot wat die nu is. Ik ben er trots op. Het steekt dus als iemand die dat proces niet heeft meegemaakt vanaf de zijlijn roept dat het verkeerd is. Ik vind het nogal verwend klinken als je zegt te willen verhuizen naar een plek met wat meer rafelrandjes. Zoals een vriendin vandaag opmerkte. “Dat geromantiseer over rafelrandjes is alleen maar leuk als je zelf geen rafel hebt.” En: “Armoede is heel authentiek en on-hipster, maar ik weet uit ervaring dat het tamelijk kut is.”

Wie beter rondkijkt in de buurt, ziet dat er wel degelijk wat te ont-rafelen valt in De Baarsjes. Als ik Seije Slager was, zou ik een keertje wat gaan doen in plaats van rondhangen in rokerige kroegen. (Vrijwilligers) werk zat.

Deze blog verscheen ook op http://www.dewestkrant.nl.