Een duppie per stukkie

Wat je overhoudt aan publiceren op digitale platforms als MyJour, eLinea en Reportersonline is natuurlijk een lachertje. Toch zijn er genoeg argumenten om het wel te doen, is de conclusie na het Fla-symposium hierover.

Wie rekent -en gelukkig doen sommige journalisten dat- zal snel tot de conclusie komen dat publiceren op Blendle, Myjour, eLinea of Reportersonline de hypotheek niet gaat betalen. Zo kreeg Piet Bakker, publicist op ThePostOnline vorig kwartaal € 51,- voor zijn artikelen. Keer vier is dat net de prijs van een tweedehands fiets. Jan-Jaap Heij van TPO vertelde dat de best verkopende auteur vorig jaar € 2000 incasseerde.

Omgerekend naar het gangbare bedrag van een dubbeltje per klik, betekende het dat deze auteur 20.000 keer een stukje had verkocht. Dat is heel veel, als je bedenkt dat de gemiddelde internetter gewend is zijn stukken gratis te krijgen.

Paul Disco rekende voor wie wat krijgt van een digitaal publicatieplatform. Van elk stukje gaat dertig procent naar de distributeurs als Blendle, Myjour, eLinea en ReportersOnline, 21 procent is btw en vervolgens is 49 procent voor de uitgevers. En wat zit erin voor de freelancers? Disco gebaarde in het luchtledige. Niets dus?

Wil je iets verdienen aan een online publiceren dan zou je dus een van die drie moeten schrappen. De meest voor de hand liggende optie is de uitgever. Cut out the middleman, zoals het marketinggezegde luidt.

Sommigen doen dat al. Miloe van Beek heeft sinds een maand een kanaal met opvoedcolumns op ThePostOnline Magazine. Bloggen deed ze al gratis, dus waarom die stukjes niet proberen te gelde te maken? “Je wordt er ondernemender van”, zo vertelde ze. Want om een kanaal te openen moet je al 25 mensen zo ver zien te krijgen dat ze jouw aanvraag ondersteunen. “Negentig procent haakt dan al af”, zo weet Jan-Jaap Heij over collega’s die zich bij hem aanmelden. Maar als het wel lukt, levert het meer aandacht op. Van Beek vertelde dat ze veel meer verkeer had naar haar website. Dus aan geld leverde het online avontuur weliswaar niet zo veel op, maar aan naamsbekendheid wel.

Er is nog een reden waarom je het zou moeten doen. Je verhalen achter een betaalmuur zetten voor een duppie per klik, levert dan misschien per stuk niet zo heel veel op. Maar een heleboel stukken leveren wel veel klikken, en dus dubbeltjes op. Piet Bakker vergeleek het met de verkoop van bicpennen bij bosjes tegenover één dure Mont Blanc pen. Dus: waarom niet alles wat je ook op papier publiceert, ook online zetten en dan meteen op alle kanalen? Zo kun je -ook over oudere stukken- meer duppies cashen en om tot toch nog een substantieel bedrag te komen. Alle beetjes helpen in tijden dat opdrachtgevers minder klussen hebben te vergeven en tarieven onder druk staan.

Maar uitgevers zijn ook niet gek. Zij willen die duppies ook hebben en kunnen -omdat ze veel meer stukkies hebben- echt gaan verdienen aan online handel.

En ze mogen het ook steeds vaker doen met onze stukken. Freelancers hebben de rechten op hun stukken vaak in meer of mindere mate weggetekend in de zogenaamde wurgcontracten. Dus de vraag wie online jouw stukken mag verkopen, is een zaak tussen jou en de uitgever. Dat vinden althans de distributeurs. Marten Blankesteijn van Blendle ziet die rechtenkwestie dan ook als een probleem dat de uitgevers met de freelancers moeten oplossen. Bovendien: “De journalistiek zit in een spiraal naar beneden. Zodra het beter gaat met de journalistiek dan gaat het met jullie ook weer beter en kunnen jullie vast betere afspraken maken met de uitgevers.”

Blankesteijn en Heij plaatsen zichzelf zo buiten de discussie over de rechten. Heij vergelijkt zichzelf met de platenzaak. “Muzikanten en platenlabels ruziën over rechten, wij zijn de distributeurs.”

Nog belangrijker wordt het dus om te staan op je rechten, dus in de slag te gaan met de uitgevers en hun ‘wurgcontracten’, met de Lira voorop. Of zou er een tijd komen dat we ze links kunnen laten liggen? “Cut out the middleman” Het was Keith Richards die het zei.